
Om tien voor zeven stuur ik een vierjarig jongetje terug naar bed. Maar een half uur later klimt er een vijfjarig pyjamamannetje in óns bed. Het is zo ver: Jongste Zoon is jarig!
Oudste Zoon komt er gauw bij:
- Gefeliciteerd mijn lieve broer!
We kussen, we zingen, en dan naar beneden, naar het cadeau. De twee broertjes scheuren samen het papier los, en de verrukking is zichtbaar. Jongste staat te springen van blijdschap:
- Dit is vét!!
De rest van de dag hadden Echtgenoot en ik ongestoord de krant kunnen lezen, ware het niet dat er om tien uur vier piraatjes voor de deur staan. Piraat Aanvallende A., piraat Dappere D., piraat Listige L., en piraat Woeste W.
[ Dat hadden er vijf moeten zijn. Piraat Kranige K. is een paar dagen geleden halsoverkop in het ziekenhuis opgenomen. Daar moet hij blijven voor allerlei heel spannende onderzoeken. We denken veel aan hem en zijn ouders. En duimen voor zijn gezondheid. Duimen jullie vooral mee. Want piraatjes horen niet in een ziekenhuis. Piraatjes moeten schatten zoeken. ]
De piraten spelen met het ridderkasteel, ze pakken cadeautjes uit, ze eten taart. Vinden een schatkaart, gaan naar het park, vinden een schat. Ze spelen wéér met het kasteel. En eten broodjes afgehakte vingers. #knakworstmetketchup
‘s Middags keert de rust weder. Wat zeg ik, ‘weder’? Kan me niet heugen dat we zo lang zo veel rust hebben gehad: de he-le middag spelen Jongste en Oudste Zoon met het kasteel. Met maar één meningsverschil. Dat ze ook nog zelf oplossen. En wij? Zon, krant, thee – dat idee.
Het diner bestaat uit friet #ineendoosje #meteenspeeltje. Want Jongste mag kiezen. #duh En het diner duurt niet lang. Want ze willen nog even spelen. Met het ridderkasteel.